Want U sprak en zei: licht! En er was licht.
Hoe groot zijt Gij!
Alles wat leeft is ontstaan door uw spreken,
door Uw woord. Want in het begin was
het woord en het woord was bij God,
en het woord was God. Het begint bij U, God.
En alles is er door ontstaan en zonder
dit is niets ontstaan van wat bestaat.
Hoe groot zijt Gij!
Heer, door Uw woord zijn de bergen,
de machtige bergen met hun witte toppen
hoog boven de wolken ontstaan.
Hoe groot zijt Gij!
Heer, door Uw woord zijn de stromende rivieren ontstaan,
de vissen die er in zwemmen. De zon in al haar kracht.
Het dansende maanlicht op het water.
De hoog uit de oceaan springende walvis.
Hoe groot zijt Gij!
Dat door uw woord de bomen in het veld zijn ontstaan,
zo hoog, hun toppen wuivent voor hun Schepper.
Met onder hun schors de kleinste insecten.
Hoe groot zijt Gij!
Bloemen in zoveel kleuren, zoveel vormen.
Vogels in alle kleuren van de regenboog,
zingend voor hun Schepper.
De rups die veranderd in een vlinder.
Hoe groot zijt Gij!
Hoe lippen omhoog krullen bij een glimlach.
Hoe ogen nat worden bij verdriet.
Hoe groot zijt Gij!
Dan zingt mijn ziel
tot U, o Heer mijn God:
hoe groot zijt Gij!
hoe groot zijt Gij!
Hoe groot zijt Gij!
Want alles is door uw woord ontstaan.
Het woord is vlees geworden, mens. Gegroet,
Koning van de Joden,
Jezus, het vlees geworden woord van God,
met een kroon van doorntakken op Uw hoofd.
Bespuwd in Uw gezicht. Uw kapotgeslagen rug,
spijkers door uw handen en voeten.
Verhoogd aan het kruis.
Hoe groot zijt Gij!
|